Uw societyscribent en plaatjesmaker staan nog buiten in de rij en krijgen al een consumptiebonnetje in de handen gedrukt. ‘We zijn al bijna door de bonnen heen’, horen we smiespelen. ‘`t Wordt drukker dan verwacht’.
In de garderobe is het dringen, ook hier verwisselen papiertjes van eigenaar en dat vergt tijd. Wanneer we uiteindelijk de drempel van de nachtkroeg De Pijpela over stappen roept een dame: ‘Wat een zaligheid! Het ziet er nog net zo uit als vroeger, in de jaren zeventig was ik hier ieder weekend!’ We draaien ons om, verificatie van de leeftijd van de spreekster blijkt echter onmogelijk in de stikdonkere ambiance. We zijn in deze voormalige kunstenaarssociëteit in afwachting van alweer een boekpresentatie vol weemoed. Afgelopen weken werden we al bij het contemplatieve Het Verdriet van Eline, het historische Graven rond het Binnenhof en het hedendaagse maar niet minder legendarische Onze Stad Den Haag onthaald, vandaag zullen we een toast uitbrengen op verhalen van vroeger in het boek Over mensen en zaken in het Hofkwartier.
Dit soort schrijfsels over mensen en dingen die voorbijgaan trekken een geheel eigen publiek. Dat is pas echt goed zichtbaar op het moment de discolampen aangaan en op de maat van James Bond’s filmhit Goldfinger hun mini-lichtvlekjes reflecteren. Om ons heen staan mannen en vrouwen die voornamelijk grijs en geruit door het leven gaan, in de hand een vermetel glas ijskoude tonic. Naast kunstenaars, politici, acteurs, muzikanten en journalisten blijkt de veelzijdige Herman Brood kind aan huis te zijn geweest, hier in de Pijpela. Hij betaalde zijn barrekening met prenten. Ja, hij tekende wat af, in het duister van de ontspanning. De kunstwerkjes hangen boven de deur die naar de nooduitgang en de ‘beste kamer’ leidt. Een van de aanwezigen wijst onze fotograaf op het feit dat zich achter die deur een behoorlijk steile trap bevindt. ‘Ben ik vroeger vaak bijna vanaf gedonderd,’ bast hij, ‘naar boven, dat lukte nog wel. Maar terug, naar beneden…’ Hij probeert er ondeugend bij te kijken. Of er werkelijk iets onthutsend gebeurde bij het zo enerverende traplopen komen we niet te weten. Net zo min krijgen we antwoord op onze vraag of deze besnorde man in zijn tijd puntlaarzen droeg en een Puch bezat of meer een Clarks met Kreidler nozem was. Juist op dit potentieel zo boeiende moment begint de boekpresentatie.
‘Ik ben Joost, kunt u mij allemaal horen, ook achterin?’ Dat is in de buurt van de bar zeker niet het geval, en dat houden we maar even zo. Wapperend met een dik rood kasboek waarin werd ‘opgeschreven’ kijkt hij de toehoorders na op eventuele wanbetalers van weleer. Joost was kruidenier in de Nobelstraat moet je weten. En niet alleen was hij de kleinste, met slechts vijfentwintig vierkante meter winkelruimte, hij was ook nog eens de laatste. Tweeëntwintig jaar lang was hij de spil van de wijk, de praatpaal, de kroeg met kaakjes en karnemelk en sociaal vangnet tegelijk.
‘De tijd heeft hier stil gestaan’ zegt uitgever Jan van De Nieuwe Haagsche, daarmee voor een kort moment het woord overnemend. Koos en Ton, de makers van het omvangrijke boekwerk hebben bijna vergeten ondernemers en bewoners van het Hofkwartier geïnterviewd. Zo hebben ze onder meer met de Broeders van Sint Jan, de dame van La Casa del Habano, Peer Dellen, Gabriella Dal Zotto, beiaardier Heleen van Weel en Rob Piepers gesproken. Jan sluit zijn betoog af, lange verhalen worden kort gemaakt en Antoinette Visser krijgt het eerste exemplaar overhandigd. Ze vertelt aandoenlijk over het feit dat ze onlangs oma is geworden, daarmee refererend aan de barman Menno die slechts luttele uren geleden vader van een dochter werd. Saamhorigheid alom in deze kroeg waar iedereen elkaar, of anders wel iemand met een kleinkind kent. Het wordt nog heel gezellig, voor ons het teken om op te stappen.
Op weg naar buiten pakken we een boek mee. ‘Wat een kloek boek veur zo’n piepklein Hof Quartier‘, mompel ik tegen de fotograaf. ‘Er wonen grootse mensen’, is de repliek. Bij de deur merken we dat ons garderobebonnetje per ongeluk is ingewisseld bij de bar. We ruilen een consumptiebon voor een jas. Een tikkeltje in de war verlaten we de nachtkroeg. En het is pas zeven uur.
